ECLI:NL:PHR:2010:BL6765
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring voorwaardelijk opzet bij poging tot moord wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft een poging tot moord gepleegd op 26 december 2007 in Groningen, waarbij verdachte samen met anderen meerdere malen op de voordeur van het huis van het slachtoffer schoot terwijl het slachtoffer zich in de woning bevond. Het hof veroordeelde verdachte voor medeplegen van poging tot moord met voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer en legde een gevangenisstraf van vijf jaar op.
De Hoge Raad beoordeelt het bewijs en de motivering van het hof kritisch. Hoewel het hof aannam dat verdachte met voorwaardelijk opzet handelde, oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat er een aanmerkelijke kans was dat het slachtoffer door de schoten daadwerkelijk dodelijk geraakt zou worden. Dit komt mede doordat het slachtoffer zich in een slaapkamer bevond die niet in het verlengde lag van de voordeur waarop werd geschoten.
De Hoge Raad benadrukt dat voorwaardelijk opzet vereist dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het gevolg aanvaardt en dat deze kans objectief aanmerkelijk moet zijn. De enkele mogelijkheid dat het slachtoffer zich achter de deur bevond is onvoldoende. Daarnaast bespreekt de Hoge Raad dat het hof het volle opzet van verdachte, geuit in bedreigingen en intenties, niet voldoende heeft meegewogen.
Uiteindelijk vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof wegens onvoldoende motivering van het bewezenverklaarde opzet en wijst het cassatieberoep af. De zaak kan worden terugverwezen voor nieuwe beoordeling. De conclusie van de advocaat-generaal ondersteunt deze uitkomst.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering van het bewezenverklaarde voorwaardelijk opzet en wijst het cassatieberoep af.