Conclusie
5.Het eerste middel
Vrijspraak van poging tot moord
Deugdelijkheid van de poging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte heeft op 22 mei 2016 geprobeerd haar vierjarige zoon te doden door hem het zeer giftige en in Nederland verboden middel Aldicarb toe te dienen. Na een 112-melding werden zij beiden in kritieke toestand aangetroffen en opgenomen op de intensive care. Toxicologisch onderzoek bevestigde de aanwezigheid van Aldicarb in het bloed en urine van zowel verdachte als haar zoon.
De rechtbank en het hof oordeelden dat verdachte met opzet handelde en dat sprake was van een voltooide poging tot doodslag. De verdediging voerde onder meer aan dat het opzet onvoldoende was gemotiveerd, dat sprake was van vrijwillige terugtred en dat de poging ondeugdelijk was omdat niet vaststaat of de dosis dodelijk was. Deze verweren werden door het hof verworpen.
De Hoge Raad concludeert dat het hof voldoende redenen heeft gegeven voor het oordeel dat verdachte vol opzet handelde, dat het beroep op vrijwillige terugtred faalt omdat verdachte niet alles heeft gedaan om de gevolgen te voorkomen, en dat de strafmotivering toereikend is. De opgelegde straf van vier jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt bevestigd.
De rapportages van deskundigen wijzen op een verminderd toerekeningsvatbare verdachte met psychische stoornissen, maar dit leidt niet tot strafvermindering vanwege de ernst van het feit. De Hoge Raad ziet geen reden tot vernietiging en wijst het cassatieberoep af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag op haar zoon door toediening van Aldicarb.