1 Zie rov. 2 van de beschikking van de rechtbank Utrecht d.d. 26 maart 2008 en rov. 3 van de thans in cassatie bestreden beschikking van het hof Amsterdam (nevenzittingsplaats Arnhem) d.d. 3 maart 2009.
2 € 734,- netto, zie rov. 4.12, slot.
3 Het cassatieverzoekschrift is op woensdag 3 juni 2009 bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen, derhalve op de laatste dag van de cassatietermijn.
4 Asser-De Boer, nrs. 628 en 629; A. Heida, 'Alimentatie, de wettelijke onderhoudsplicht', Studiepockets Privaatrecht 4 (1997), blz. 54.
5 Vgl. P. Dorhout, , Niet-financiële factoren bij vaststelling van alimentatie tussen ex-echtgenoten en ex-partners, EB 2001, p. 86 (rechter kolom bovenaan) en Dorn, Alimentatieverplichtingen', Mon. (echt)scheidingsrecht 2008, Deel 4a, p. 25.
6 HR 17 maart 1978, LJN: AC6215, NJ 1978, 489, waarin de woorden "in redelijkheid" niet voorkomen. In de literatuur wordt een dergelijke frase vaak wel toegevoegd. Vgl. Asser-De Boer, Personen- en familierecht, 17e druk (2006), nrs. 628; P. Dorhout, Niet-financiële factoren bij vaststelling van alimentatie tussen ex-echtgenoten en ex-partners, EB 2001, p. 86, r.k.; A. Heida, Alimentatie, de wettelijke onderhoudsplicht, 1997, p. 54; A. Heida, 'Alimentatie en wangedrag', EB 2008, p .6; Th.M. Dorn, 'Alimentatieverplichtingen', Mon. (echt)scheidingsrecht 2008, Deel 4a, blz. 25-26.
7 Zie de lagere rechtspraak behandeld door A. Heida, 'Alimentatie en wangedrag', EB 2008, p. 4, links boven.
8 Asser-De Boer, nr. 629; HR 3 januari 1975, LJN: AB6890 (NJ 1976, 330), laatste rechsoverweging (in fine). Zo is minder ernstig maar moreel verwerpelijk wangedrag bij een kortdurend huwelijk recentelijk door het hof Arnhem voldoende geacht om van de alimentatieplichtige niet ten volle te vergen dat hij bijdraagt in het levensonderhoud van de alimentatiegerechtigde (zie hof Arnhem 8 augustus 2009, LJN: BK3054). Zie ook hof Amsterdam 3 november 2005, LJN: AV0719 (RFR 2006, 38; JPF 2007, 95), waarin het hof oordeelde dat wegens de extreem korte duur van het huwelijk, alsmede de afwezigheid van de man ten tijde van de sluiting daarvan in Marokko, eigenlijk nooit sprake is geweest van enige lotsverbondenheid. Zie over deze laatste beslissing ook Asser-De Boer, nr. 628 (in fine), met verwijzing naar A. Heida in: EB 2006, Afl. 4, blz. 90-91.
9 Vgl. rechtbank Haarlem 19 september 2006, LJN: BA1734 (JPF 2007, 82; RFR 2007, 78); hof 's-Gravenhage 13 april 2005, LJN: AT4360 (PRG 2005, 89, RFR 2005, 122); hof 's-Gravenhage 15 juli 2009, LJN: BJ5041 (RFR 2009, 124). De rechtbank Zutphen heeft in een beschikking van 25 mei 2005 (LJN: AT6627) een beroep van de aangesprokene op mishandeling afgewezen omdat door de aangesprokene geen aangifte was gedaan en gebleken was dat partijen nadien gewoon hadden samengewoond.
10 Prod. 3 bij verweerschrift tevens inhoudende incidenteel appel.
11 Zie de correspondentie van de vrouw met de Officier van Justitie, overgelegd als productie 5 in hoger beroep, de opmerkingen van de vrouw ter terechtzitting bij het hof d.d. 9 januari 2009 (blad 5, bovenaan, van het proces-verbaal van die zitting), en p 2 van de aan dit p-v gehechte Pleitnotities van mr. Hanssen. Zie voor de reactie van de man hierop: blad 6, onderaan, van genoemd p-v.
12 Verweerschrift tevens inhoudende incidenteel appel, p. 9 (nrs 29-32).
13 Verweerschrift tegen het incidenteel appel, p. 3.
14 Beide overgelegd als prod. 7 bij Verweerschrift tegen het incidenteel appel.
15 Prod 6 bij Verweerschrift tegen het incidenteel appel.
16 HR 17 maart 1978, LJN: AC6215, NJ 1978, 489.
17 HR 13 februari 2009, LJN: BG6232 (RFR 2009, 42), conclusie A-G Strikwerda, nr. 6, met verwijzing naar conclusie A-G Wuisman, nr. 2.4, vóór HR 24 oktober 2008, LJN: BE9079 (RvdW 2008, 964).
18 Th.M. Dorn, 'Alimentatieverplichtingen', Mon. (echt)scheidingsrecht, Deel 4c, p. 18.
19 Aldus par. 11 (p. 3) van het "verweerschrift tevens houdende een zelfstandig verzoekschrift" in eerste aanleg.
20 Aldus de pleitnotities in eerste aanleg onder het kopje `behoefte'. Het middel (punt 6.4, slot) verwijst hiernaar.
21 Zie bijv. Dorn (Deel 4c), a.w., blz. 51; Rapport Alimentatienormen (versie 2009), p. 12 (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl).
22 Vaste rechtspraak, zie Asser-De Boer, nr. 625.
23 Zie bijv. HR 10 december 1999, LJN: AA3843, NJ 2000, 4; zie voorts Asser-De Boer, nr. 626.
24 Vgl. in het kader van vermogensvorming Asser-De Boer, nr. 626, blz. 497-498.
25 Aantekeningen van mr. Van de Lest-van Berkel, gehecht aan het p-v van 9 januari 2009, p. 3, midden. Mr. Grabandt wijst hier terecht op in nr. 20 van het verweerschrift in cassatie.
26 Asser-De Boer, nr. 626 met verwijzing naar o.m. Hoge Raad d.d. 15 juli 1985, NJ 1986, 398 (EAAL).
27 Asser-De Boer, nr. 622.