ECLI:NL:PHR:2010:BL9050
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortvarendheid bij betekening verstekmededeling in profijtontnemingszaak
In deze zaak is aan verzoeker bij verstek een verplichting tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegd. Verzoeker was sinds 2003 vertrokken naar Italië en had geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. De verstekmededeling is op 23 mei 2007 rechtsgeldig betekend aan de griffier, conform de wettelijke voorschriften voor personen zonder bekende verblijfplaats.
Het openbaar ministerie heeft daarnaast meerdere malen gecontroleerd of verzoeker in de gemeentelijke basisadministratie was ingeschreven en heeft op 8 mei 2008, toen bleek dat verzoeker gedetineerd was, de verstekmededeling persoonlijk betekend. De Hoge Raad stelt dat hiermee aan de vereiste voortvarendheid bij betekening is voldaan en dat er geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.
De enkele omstandigheid dat niet is gebleken dat verzoeker daadwerkelijk in het opsporingsregister is opgenomen, doet hieraan niet af. Het middel dat het openbaar ministerie nalatig zou zijn geweest, faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het openbaar ministerie heeft voldoende voortvarendheid betracht bij de betekening van de verstekmededeling, waardoor geen overschrijding van de redelijke termijn is vastgesteld.