ECLI:NL:PHR:2010:BM2496
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken bijzondere volmacht
In deze zaak werd verdachte door het hof niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat onvoldoende was gebleken dat zijn vader, die het hoger beroep instelde, daartoe door verdachte schriftelijk bij bijzondere volmacht was gemachtigd. Verdachte en zijn vader verklaarden dat een machtigingsbrief was opgesteld en overlegd, maar de griffie ontving deze niet tijdig.
De Hoge Raad overwoog dat de wettelijke regeling vereist dat de gevolmachtigde bij het instellen van hoger beroep in persoon de bijzondere volmacht moet kunnen overleggen. Het achteraf toezenden van de volmacht is wettelijk niet voorzien, maar kan in geval van ambtelijk verzuim door de griffie leiden tot ontvankelijkheid.
De Hoge Raad constateerde dat de voorlichting aan verdachte en zijn vader over de vereisten van de volmacht onvoldoende was, waardoor verdachte erop mocht vertrouwen dat het achteraf toezenden van een standaardformulier voldeed. Het hof had dit feitelijk onderzoek moeten verrichten en de wetstoepassing minder strikt moeten hanteren.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling. De zaak benadrukt het belang van correcte voorlichting en de strikte eisen aan bijzondere volmachten bij het instellen van hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug wegens onjuiste toepassing van ontvankelijkheidsvereisten bij ontbreken bijzondere volmacht.