ECLI:NL:PHR:2010:BM4088
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens samenvoeging van arresten tussen verschillende partijen
De zaak betreft een cassatieberoep van drie broers tegen arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch die faillissementsvonnissen bevestigden. De curator was geïntimeerde. De broers stelden vier cassatiemiddelen voor, maar het cassatieberoep werd ingesteld tegen verschillende arresten in verschillende gedingen tussen niet dezelfde partijen, en wel in één verzoekschrift.
De Hoge Raad oordeelde dat dit in strijd is met de goede procesorde, omdat arresten van verschillende gedingen en partijen niet in één cassatieverzoekschrift mogen worden aangevochten zonder voeging. Dit uitgangspunt is bevestigd in eerdere jurisprudentie. De uitzondering voor arresten van dezelfde dag, door dezelfde rechter en tussen dezelfde partijen was hier niet van toepassing.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep daarom niet-ontvankelijk. De inhoudelijke cassatiemiddelen werden inhoudelijk besproken maar faalden ook. Het hof had terecht geoordeeld over het bestaan van het vorderingsrecht van de curator en de faillissementstoestand van de verzoekers. De eisers konden in cassatie niet slagen met hun klachten over feitelijke oordelen of het vermeende ontbreken van belang van de curator.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep niet ontvankelijk moest worden verklaard, hetgeen de Hoge Raad volgde.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens strijd met de goede procesorde.