ECLI:NL:HR:2004:AP2651
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt arbeidsovereenkomst tussen Diosynth en acquisitrice ondanks initiële overeenkomst van opdracht
In deze zaak vordert [verweerster] dat wordt vastgesteld dat zij van 11 september 1980 tot 1 oktober 1998 een arbeidsovereenkomst had met Diosynth B.V. Zij werkte als acquisitrice voor het 'Moeders voor Moeders'-programma, waarbij zij onder meer zorgde voor werving van deelneemsters. Diosynth stelde dat sprake was van een overeenkomst van opdracht en geen arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat er een arbeidsovereenkomst bestond, wat door de rechtbank werd bekrachtigd. Diosynth stelde in hoger beroep dat partijen bij het sluiten van de acquisitie-overeenkomst voor ogen hadden dat het een overeenkomst van opdracht was en bood bewijs aan om dit te onderbouwen. De rechtbank liet dit bewijsaanbod echter onbesproken.
De Hoge Raad oordeelt dat de partijbedoeling bij het sluiten van de overeenkomst wel degelijk relevant is voor de kwalificatie van de overeenkomst. Het passeren van het bewijsaanbod zonder motivering is onjuist. Daarom vernietigt de Hoge Raad het vonnis en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad benadrukt dat de feitelijke uitvoering en de partijbedoeling gezamenlijk bepalend zijn voor de kwalificatie van de overeenkomst. De zaak wordt terugverwezen om deze aspecten nader te onderzoeken en te beoordelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing.