ECLI:NL:PHR:2010:BM4445
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping noodweerexces bij doodslag ondanks afweerletsel
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf wegens meervoudige doodslag. Hij stelde dat hij handelde uit noodweer en noodweerexces nadat hij werd aangevallen door twee slachtoffers in een woning, waarbij hij afweerletsel opliep. De verdediging verzocht om een deskundige te horen over het letsel, maar het hof wees dit af omdat het verweer onvoldoende aannemelijk was.
Het hof oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de verdachte uit noodzakelijke verdediging handelde, mede omdat hij niet direct na het incident de politie informeerde, het bloedsporenonderzoek werd bemoeilijkt door opruimwerkzaamheden, en getuigen geen directe steun gaven aan zijn verhaal. Ook werd het feit dat de verdachte aanvankelijk loog over het ontstaan van zijn verwondingen als geloofwaardigheidsverminderend beschouwd.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat het letsel weliswaar afweerletsel kan zijn, maar dat dit niet automatisch betekent dat sprake was van een noodweersituatie. Ook het beroep op noodweerexces faalt omdat het hof aannemelijk acht dat er geen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding was. Verder wordt geoordeeld dat het bloedsporenonderzoek onvoldoende steun biedt voor het verweer van de verdachte en dat de afwijzing van het verzoek tot het horen van een deskundige juist was.
De Hoge Raad wijst ook op de onrechtmatigheid van bepaalde verklaringen die niet voor bewijs mochten worden gebruikt. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de veroordeling van 18 jaar gevangenisstraf in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot 18 jaar gevangenisstraf en verwerpt het beroep op noodweer en noodweerexces.