ECLI:NL:HR:2006:AU8274
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op noodweerexces bij mishandeling met zwaar lichamelijk letsel
De verdachte werd door het Hof veroordeeld wegens het opzettelijk toebrengen van een vuistslag aan het slachtoffer, wat leidde tot een dubbele beenfractuur. Verdachte voerde in hoger beroep noodweer en subsidiair noodweerexces aan, stellende dat het slachtoffer als eerste een klap had gegeven.
Het Hof oordeelde dat hoewel sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer, deze niet zodanig was dat verdachte zich moest verdedigen. De klap was niet hard en er waren geen aanwijzingen dat verdachte verdere agressie moest vrezen. Hierdoor was geen sprake van een noodweersituatie en kon noodweerexces niet worden aangenomen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van verdachte. De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof niet onjuist of onbegrijpelijk en benadrukte dat overschrijding van noodzakelijke verdediging alleen relevant is als verdediging noodzakelijk was. Het beroep werd derhalve verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep op noodweerexces wordt verworpen en de veroordeling tot 120 dagen gevangenisstraf, waarvan 104 voorwaardelijk, blijft in stand.