ECLI:NL:PHR:2010:BM6164
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt maatstaf voor behoud conservatoir beslag bij ontnemingsvordering
In deze zaak stond een beklag tegen conservatoir beslag centraal, gelegd op goederen die mogelijk uit een misdrijf afkomstig waren. De rechtbank had het beslag gehandhaafd omdat niet was komen vast te staan dat klaagster als enig eigenaar kon worden aangemerkt en er aanwijzingen waren dat de goederen waren verkregen uit een misdrijf. Tevens was sprake van een vermoeden dat de goederen aan klaagster waren toegekomen om uitwinning te bemoeilijken.
De Hoge Raad heeft bevestigd dat de maatstaf voor het handhaven van conservatoir beslag niet vereist dat de waarde van de inbeslaggenomen goederen in verhouding staat tot het te ontnemen bedrag. De rechtbank mag volstaan met een beoordeling of het "hoogst onwaarschijnlijk" is dat de strafrechter later een geldboete of ontnemingsmaatregel oplegt die ten minste gelijk is aan de waarde van de goederen.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast en voldoende heeft gemotiveerd waarom het beslag gehandhaafd blijft. Ook het oordeel dat de goederen mogelijk uit misdrijf afkomstig zijn en dat de eigendomssituatie niet onomstotelijk vaststaat, werd als begrijpelijk en toereikend gemotiveerd beoordeeld.
Het middel van klaagster faalde in alle onderdelen, en het beroep werd verworpen. Er werden geen gronden gevonden voor ambtshalve vernietiging door de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir beslag blijft gehandhaafd.