ECLI:NL:HR:2005:AT8049
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing conservatoir beslag onder derde bij vermoedelijk misdrijf
In deze zaak gaat het om een beklag tegen conservatoir beslag op een personenauto die aan een derde, de klager, toebehoort, maar waarvan wordt vermoed dat deze afkomstig is van misdrijf gepleegd door zijn volle neef, de verdachte. De rechtbank heeft het beklag ongegrond verklaard en geoordeeld dat het beslag terecht is gelegd op grond van artikel 94a, derde lid, Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad beoordeelt onder meer of de verdachte als belanghebbende in de zin van artikel 552a, vijfde lid, Sv voldoende is betrokken bij de procedure. De Hoge Raad oordeelt dat het recht niet vereist dat dit expliciet uit het proces-verbaal of de beschikking blijkt, zolang dit uit het dossier kan worden afgeleid. Tevens wordt bevestigd dat de rechtbank een juiste maatstaf heeft gehanteerd door te stellen dat de auto "mogelijk" van misdrijf afkomstig is, aangezien ten tijde van de beschikking nog geen onherroepelijke strafzaak was afgerond.
Verder wordt toegelicht dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de klager wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de auto van misdrijf afkomstig was, mede gelet op de relatie tussen klager en verdachte, de wijze van betaling en het gebruik van de auto. De Hoge Raad verwerpt alle middelen en bevestigt daarmee de bestreden beschikking.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het conservatoir beslag op de personenauto.