ECLI:NL:HR:2010:BM6164
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling klaagschrift tegen beslag op grond van art. 552a Sv en art. 94a Sv
In deze zaak is beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Almelo die een klaagschrift ex art. 552a Sv deels ongegrond verklaarde. De klaagster voerde aan dat de rechtbank een onjuiste maatstaf hanteerde bij de beoordeling van het beslag op haar goederen.
De Hoge Raad herhaalt de maatstaf uit eerdere jurisprudentie (HR LJN ZD1907) dat bij beoordeling van een klaagschrift tegen beslag op grond van art. 94a Sv moet worden onderzocht of het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later een ontnemingsverplichting zal opleggen. De rechtbank heeft deze maatstaf correct toegepast door te oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de goederen als verhaalsobject zullen dienen.
De Hoge Raad wijst erop dat deze maatstaf niet vereist dat de rechter een onderzoek instelt naar de proportionaliteit tussen de waarde van de inbeslaggenomen voorwerpen en de hoogte van het te ontnemen bedrag. Alleen in bijzondere omstandigheden kan een dergelijk onderzoek noodzakelijk zijn, maar die zijn hier niet gesteld of gebleken.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het voortduren van het conservatoir beslag. De uitspraak is gegeven door de vice-president en raadsheren in raadkamer en uitgesproken in openbare terechtzitting op 28 september 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir beslag blijft gehandhaafd.