ECLI:NL:PHR:2010:BM6171
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling getuigenverzoek en bewijswaardering in hoger beroep poging tot diefstal
In deze zaak is de verdachte door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor poging tot diefstal door meerdere personen. In hoger beroep verzocht de verdediging om het horen van drie getuigen, waaronder een medeverdachte die in eerste aanleg al was gehoord. Het hof wees dit verzoek af op grond dat het horen van deze getuigen niet redelijkerwijs noodzakelijk was, mede omdat hun verklaringen reeds in eerste aanleg waren besproken en de verdediging voldoende gelegenheid had gehad om deze verklaringen te betwisten.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het strengere noodzakelijkheidscriterium toepaste en onvoldoende gemotiveerd had waarom het horen van de medeverdachte niet noodzakelijk was, vooral omdat diens verklaring bij de politierechter ontlastend was en afweek van zijn eerdere politieverklaring. De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht het meer omvattende criterium van artikel 418, derde lid, Sv hanteerde en dat het hof niet verplicht was de getuige opnieuw te horen omdat de verklaring niet het enige bewijsmiddel was en de betrouwbaarheid van de getuige niet zonder meer in twijfel werd getrokken.
De Hoge Raad concludeerde dat de motivering van het hof, hoewel summier, niet tot cassatie leidt omdat het hof voldoende redenen had om het verzoek af te wijzen. Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.