ECLI:NL:PHR:2010:BM6412
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming emigratie kind naar Singapore
De moeder en vader oefenden gezamenlijk het gezag uit over hun zoon, geboren in 2006. De moeder wilde met de zoon naar Singapore emigreren, maar de vader gaf hiervoor geen toestemming. De moeder verzocht daarom de rechtbank om vervangende toestemming op grond van art. 1:253a BW. De rechtbank wees dit verzoek af, en het hof Amsterdam bekrachtigde deze beslissing bij beschikking.
De moeder stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof, met name tegen de overweging dat de vader zijn aanvankelijke instemming met de emigratie had ingetrokken. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet voldoet aan de eisen van art. 426a lid 2 Rv en dat het hof de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt. Het hof heeft het belang van het kind bij het behoud van persoonlijk contact met beide ouders zwaar laten wegen, evenals de betrokkenheid van de grootmoeder.
De Hoge Raad benadrukte dat de vrijheid van de moeder om zich te verplaatsen beperkt kan worden ter bescherming van de rechten van de vader en het kind op family life. De beslissing van het hof is in lijn met de jurisprudentie en bevat geen onjuiste rechtsopvatting. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek om vervangende toestemming voor emigratie van de zoon naar Singapore wordt afgewezen.