ECLI:NL:HR:2010:BM6412
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vervangende toestemming op grond van artikel 1:253a BW afgewezen
In deze zaak heeft de moeder cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 3 november 2009, waarin het hof een eerdere beschikking van de rechtbank Amsterdam van 27 mei 2009 bevestigde. De zaak betreft een verzoek tot vervangende toestemming op grond van artikel 1:253a BW, een bepaling die betrekking heeft op het toestaan van bepaalde handelingen in het kader van het familierecht.
De Hoge Raad verwijst naar de stukken van de eerdere instanties en stelt vast dat de klachten die de moeder in cassatie aanvoert, niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De advocaat-generaal heeft het beroep tot verwerping aanbevolen, waarop de moeder heeft gereageerd, maar dit heeft de Hoge Raad niet doen afwijken van zijn oordeel. De Hoge Raad heeft het beroep van de moeder verworpen en de beschikking van het hof bekrachtigd.
De uitspraak is gedaan door de raadsheren A. Hammerstein (voorzitter), F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 9 juli 2010.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de beschikking van het hof bevestigd.