ECLI:NL:PHR:2010:BM7675
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgangsregeling en gezag na echtscheiding in belang minderjarige
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over de omgangsregeling en het gezag over hun minderjarige kind na echtscheiding. De rechtbank had bepaald dat het kind zijn gewone verblijfplaats bij de vader heeft en een omgangsregeling met de moeder geldt. De vader kwam in hoger beroep tegen deze beslissingen, maar werd niet-ontvankelijk verklaard, waarna hij cassatie instelde.
De Hoge Raad beoordeelt de klachten van de vader aan de hand van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. De vader klaagt onder meer over het oordeel van het hof dat ondanks de verstoorde communicatie tussen ouders, geen reden is om de omgang met de moeder te ontzeggen of de omgangsregeling te wijzigen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het streven naar verbetering van communicatie en omgang in het belang van het kind is, ook al is de communicatie ernstig verstoord. Het verzoek tot schorsing van de omgang wordt afgewezen omdat dit alleen kan indien het belang van het kind dit bepaaldelijk vereist. De moeder heeft ook een plicht tot omgang met het kind. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de vastgestelde omgangsregeling en het gezamenlijke gezag.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de omgangsregeling en het gezamenlijke gezag blijven gehandhaafd.