ECLI:NL:PHR:2010:BM7676
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen wijziging partneralimentatie door fluctuatie variabele hypotheekrente
Partijen zijn gehuwd geweest en na echtscheiding is partneralimentatie vastgesteld. De man verzocht om wijziging van de alimentatie op grond van een gestegen variabele hypotheekrente. Zowel rechtbank als hof oordeelden dat aan de alimentatie een redelijke gemiddelde rente over de looptijd van de hypotheek ten grondslag lag, waardoor fluctuaties in de rente geen relevante wijziging van omstandigheden vormen.
De man stelde dat hij gedwongen was een hypotheek met variabele rente aan te gaan en dat de stijging van de rente een grond voor herziening is. De Hoge Raad bevestigde dat niet elke wijziging van de hypotheekrente een wijziging in de zin van art. 1:401 BW Pro is, maar alleen wanneer niet van een redelijke gemiddelde rente is uitgegaan.
Ook werden bezwaren van de man tegen de vastgestelde behoefte van de vrouw en haar financiële situatie besproken. Het hof achtte de behoefte van de vrouw niet hoger dan vastgesteld en concludeerde dat zij niet volledig in eigen levensonderhoud kan voorzien. De Hoge Raad vond dat het hof voldoende onderbouwing had voor zijn oordeel en dat de man onvoldoende feiten had gesteld om het tegendeel te bewijzen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het cassatieberoep moet worden verworpen, waarmee de beschikking van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof wordt bekrachtigd.