ECLI:NL:PHR:2010:BM8075
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitstel van winstneming bij overdracht bedrijfsmiddelen tegen winstrecht niet toegestaan
Belanghebbende, een ondernemer die zijn agrarisch bedrijf in Nederland staakte en een nieuwe onderneming in Denemarken startte, bracht zijn onderneming in een BV in en verkocht vervolgens bedrijfsmiddelen tegen een winstrecht. Het geschil betrof de vraag of uitstel van winstneming mogelijk was voor het winstrecht ter waarde van fl. 170.960 (€ 77.578) dat was bedongen bij de overdracht van bedrijfsmiddelen.
Het Hof stelde vast dat de onderneming in liquidatie was en de band tussen de bedrijfsmiddelen was verbroken. Het winstrecht stond tegenover stille reserves in onroerende zaken, niet tegenover een onderneming of zelfstandig deel daarvan. Daarom was uitstel van winstneming niet toegestaan en moest de waarde van het winstrecht in de jaarwinst van 2000 worden begrepen.
Belanghebbende voerde aan dat de jurisprudentie goed koopmansgebruik uitstel van winstneming toestaat bij onzekerheden verbonden aan winstrechten. De Hoge Raad bevestigde echter dat uitstel alleen mogelijk is wanneer de ondernemer op bijzondere wijze betrokken blijft bij de onderneming die wordt voortgezet door een ander. Dit was niet het geval bij overdracht van losse bedrijfsmiddelen.
De Hoge Raad verwierp de klacht van belanghebbende en bevestigde dat de waarde van het winstrecht direct belastbaar is. Ook stelde de Hoge Raad dat er geen bijzondere risico's waren die uitstel van winstneming zouden rechtvaardigen. Daarmee werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat uitstel van winstneming niet mogelijk is bij overdracht van bedrijfsmiddelen tegen een winstrecht en belast de waarde van het winstrecht in het jaar 2000.