ECLI:NL:HR:2010:BM8075
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.A.C.A. Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Uitstel van winstneming bij overdracht bedrijfsmiddelen tegen winstrecht niet toegestaan
Belanghebbende en haar echtgenoot hebben in 2000 de economische eigendom van onroerende zaken, behorend tot hun melkveebedrijf, overgedragen aan een door hen opgerichte BV tegen winstrechten. De waarde van het winstrecht was vastgesteld en gerelateerd aan het resultaat van het bedrijf van de BV in Denemarken.
De Inspecteur heeft een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die na bezwaar en beroep bij het Hof is gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de waarde van het winstrecht in de jaarwinst van 2000 moet worden begrepen en dat uitstel van winstneming niet mogelijk is bij overdracht van bedrijfsmiddelen tegen een winstrecht, omdat de onderneming in liquidatie verkeerde en geen sprake was van overdracht van een onderneming of zelfstandig onderdeel.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het oordeel van het Hof onbegrijpelijk was en verwees naar eerdere jurisprudentie die uitstel van winstneming toestaat bij overdracht van een onderneming tegen winstrecht. De Hoge Raad oordeelde dat deze regel niet geldt indien een bedrijfsmiddel wordt overgedragen tegen een winstrecht uit een onderneming die niet door de verkoper werd gedreven. Omdat de waarde van het winstrecht kon worden geschat, was uitstel niet toegestaan.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat uitstel van winstneming niet is toegestaan bij overdracht van bedrijfsmiddelen tegen winstrecht.