ECLI:NL:PHR:2010:BN0007
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en bewezenverklaring voorbereidingshandeling bewerken heroïne met persmachine
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte werd vrijgesproken van feit 1 en veroordeeld voor feit 2, het voorbereiden van het bewerken van heroïne met een persmachine. Het hof baseerde de bewezenverklaring mede op een technisch onderzoek van de pers en NFI-rapporten waaruit bleek dat op tape in een gripzak heroïne was aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat niet kon worden bewezen dat de pers daadwerkelijk werd gebruikt voor heroïnebewerking, mede omdat het heroïnepoeder op tape in een gripzak was gevonden en niet direct op de pers. Tevens werd betwist dat de verbalisant voldoende deskundig was om de technische geschiktheid van de pers te beoordelen.
Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat het technisch onderzoek adequaat was en dat de pers niet geschikt was voor het persen van wiellagers, waardoor het aannemelijk was dat de pers voor heroïnebewerking werd gebruikt. De Hoge Raad stelde vast dat verdachte geen belang had bij cassatie tegen de vrijspraak van feit 1 en verklaarde hem niet-ontvankelijk. De overige middelen faalden, mede omdat de feitenrechter vrij is in de bewijswaardering en het hof voldoende gemotiveerd had waarom het standpunt van de verdediging werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde daarmee de bewezenverklaring en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden voor het voorbereiden van een strafbaar feit onder de Opiumwet. Het cassatieberoep werd verder afgewezen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie tegen vrijspraak feit 1 en cassatieberoep tegen bewezenverklaring feit 2 wordt verworpen.