ECLI:NL:PHR:2010:BN1379
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervroegde onteigening van percelen voor uitvoering bestemmingsplan Parkzoom
In deze zaak gaat het om de vervroegde onteigening van drie percelen in Bergschenhoek, die ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan Parkzoom door de gemeente Lansingerland worden onteigend. De percelen waren deels eigendom van de Staat der Nederlanden en deels van eiser 1 en eiser 2, die eerder onteigend waren voor de aanleg van de Hoge Snelheidslijn (HSL). Na het Koninklijk Besluit tot goedkeuring van het raadsbesluit tot onteigening, maar vóór de dagvaarding, zijn delen van de percelen teruggeleverd aan eiser 1 en 2.
Eisers stelden dat de dagvaarding gebrekkig was omdat zij niet duidelijk was over welke gedeelten onteigend werden en dat de gemeente niet aan haar verplichtingen had voldaan om minnelijke verkrijging te bewerkstelligen, mede omdat het aanbod niet aan hen was gedaan maar aan de Staat. Ook werd aangevoerd dat de onteigening niet noodzakelijk was en dat onvoldoende was onderhandeld. De rechtbank en de Kroon oordeelden dat de onteigening noodzakelijk was, dat de belangenafweging redelijk was en dat de formele tekortkomingen niet tot nietigheid leidden.
De Hoge Raad overwoog dat de dagvaarding wel duidelijk was over de te onteigenen percelen, dat de artikelen 17, 18 en 22 van de Onteigeningswet correct waren toegepast, en dat de rechter zich in beginsel beperkt tot een marginale toetsing van de administratieve onteigeningsfase. Ook werd bevestigd dat de onteigening noodzakelijk was voor de uitvoering van het bestemmingsplan en dat de gemeente voldoende serieus had onderhandeld. De klachten van eisers werden verworpen, waarmee de vervroegde onteigening werd bevestigd.
Uitkomst: De vervroegde onteigening van de percelen wordt toegewezen en de voorschotten op schadeloosstelling vastgesteld.