ECLI:NL:PHR:2010:BN4151
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor gewoontewitwassen en illegale kansspelen zonder vergunning
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld voor gewoontewitwassen, het opzettelijk overtreden van de Wet op de kansspelen door het organiseren van illegale kansspelen zonder vergunning, medeplegen van overtreding van accijnsvoorschriften en wapendelicten. Het hof legde een gevangenisstraf van 15 maanden (waarvan 5 voorwaardelijk) en een geldboete van €20.000 op.
Verdachte voerde onder meer aan dat de dagvaarding nietig was wegens innerlijke tegenstrijdigheid, dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat een Duitse bank soortgelijke wisseltransacties verrichtte zonder vervolging, en dat het verbod op het organiseren van de Duitse lotto in strijd was met het Europees recht (vrijheid van dienstverlening). Deze verweren werden door het hof en de Hoge Raad verworpen. De Hoge Raad benadrukte dat de bank onder Duitse jurisdictie viel en dat verdachte als particulier handelde, waardoor geen sprake was van gelijke gevallen.
De Hoge Raad behandelde uitgebreid de Europese jurisprudentie over kansspelen en bevestigde dat nationale vergunningensystemen een beperking van het vrij verrichten van diensten kunnen vormen, maar gerechtvaardigd kunnen zijn door dwingende redenen van algemeen belang zoals consumentenbescherming en fraudebestrijding. De strafrechtelijke vervolging van verdachte was daarom geoorloofd.
Verder werd erkend dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, waardoor de Hoge Raad de opgelegde straf zal verminderen. De overige middelen van cassatie werden verworpen, waardoor de veroordeling in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor gewoontewitwassen en illegale kansspelen zonder vergunning en vermindert de straf wegens schending van de redelijke termijn.