ECLI:NL:PHR:2010:BN6236
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bezittersaansprakelijkheid voor schade door verschuiving veendijk en toepassing art. 6:174 BW
In deze zaak vordert de Gemeente De Ronde Venen vergoeding van schade veroorzaakt door de verschuiving van een veendijk, beheerd door het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. De Rechtbank wees de vordering af, maar het Hof Amsterdam vernietigde dit vonnis en veroordeelde het Hoogheemraadschap tot schadevergoeding, waarbij het oordeelde dat de veendijk een opstal is in de zin van art. 6:174 BW Pro en dat het Hoogheemraadschap aansprakelijk is voor de schade.
De Hoge Raad bevestigt dat een veendijk als opstal kwalificeert, omdat deze door menselijk ingrijpen is ontstaan, gevormd en onderhouden volgens waterkeringsrichtlijnen, en voorzien is van een beschoeiing. De aansprakelijkheid volgt uit het feit dat de opstal niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, waarbij ook de kans op schade en de redelijkheid van te treffen maatregelen worden meegewogen.
De Hoge Raad benadrukt dat de kennis en financiële kaders ten tijde van de schade niet uitsluiten dat aansprakelijkheid wordt aangenomen, maar wel relevant kunnen zijn bij de beoordeling van de tenzij-clausule. Het Hoogheemraadschap heeft onvoldoende gesteld om zich op deze clausule te kunnen beroepen. Verder gaat de Hoge Raad in op de complexiteit van overheidsaansprakelijkheid, de preventieve werking van aansprakelijkheid, en het maatschappelijk belang van waterveiligheid. De zaak wordt verwezen naar een schadestaatprocedure voor de vaststelling van de schadeomvang.
Uitkomst: Het Hoogheemraadschap wordt aansprakelijk gehouden voor de schade door de verschuiving van de veendijk en de zaak wordt verwezen naar schadestaatprocedure.