ECLI:NL:PHR:2010:BN6240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag tot pensioengerechtigde leeftijd
De zaak betreft een geschil tussen [eiser] en de Vereniging van Eigenaars Service-Appartementen "Het Hooghe Oord" over de hoogte van de schadevergoeding na een kennelijk onredelijk ontslag. [Eiser] was sinds 1978 in dienst en werd in 2007 ontslagen, waarna hij een schadevergoeding vorderde wegens pensioen-, inkomens-, immateriële en vermogensschade.
De Kantonrechter verklaarde het ontslag kennelijk onredelijk en kende een vergoeding toe van €40.000 bruto. Het Hof 's-Hertogenbosch vernietigde dit vonnis en kende een lagere vergoeding toe van €14.343,11 bruto, waarbij het Hof onder meer rekening hield met de WW-uitkering en de voortzetting van pensioenopbouw via de FVP-bijdrage.
In cassatie stelde [eiser] dat het Hof een formule-matige aanpak had gehanteerd die onjuist was en dat de vergoeding hoger had moeten zijn. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de belangenafweging naar alle relevante omstandigheden had gemaakt en dat de vergoeding in lijn was met de jurisprudentie dat de schadevergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag niet hoger mag zijn dan het verschil tussen het laatstgenoten loon en de WW-uitkering tot de pensioengerechtigde leeftijd.
De Hoge Raad verwierp de klachten van [eiser], bevestigde de redelijkheid van de vergoeding en wees de immateriële schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing. Ook werd geoordeeld dat de maximering van de vergoeding niet in strijd is met het verbod op leeftijdsdiscriminatie.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het beroep te verwerpen wegens gebrek aan belang, waarmee de Hoge Raad het arrest van het Hof bevestigde.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd, waarbij de schadevergoeding beperkt blijft tot het verschil tussen loon en WW-uitkering tot de pensioengerechtigde leeftijd.