ECLI:NL:PHR:2010:BN7103
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering opgelegd bedrag ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens overschrijding redelijke termijn
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 27 januari 2009 aan betrokkene een betalingsverplichting opgelegd tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €44.710,74. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld door de advocaat van betrokkene.
De Hoge Raad heeft in zijn conclusie overwogen dat het cassatieberoep te laat is ingediend, waardoor de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden. Dit leidt tot een overschrijding van de termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Omdat in de samenhangende strafzaak geen korting is toegepast wegens termijnoverschrijding, acht de Hoge Raad het passend om het opgelegde bedrag aan ontneming te verminderen.
De conclusie strekt ertoe het bestreden arrest te vernietigen voor zover het de hoogte van het ontnemingsbedrag betreft, met vermindering conform de gebruikelijke maatstaf, en het beroep voor het overige te verwerpen. Verder zijn geen andere vernietigingsgronden gevonden.
Uitkomst: Het opgelegde bedrag ter ontneming wordt verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.