ECLI:NL:PHR:2010:BN7755
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens motiveringsgebrek bij berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij
In deze zaak gaat het om de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in een ontnemingsprocedure wegens een hennepkwekerij in een woning. De Rechtbank had de huisvestingskosten wel in mindering gebracht, omdat niet was gebleken dat deze kosten voor legale doeleinden waren gemaakt. Het hof oordeelde echter dat de verdachte de woning zelf bewoonde en bracht daarom de huisvestingskosten niet in mindering.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onduidelijk en onbegrijpelijk heeft gemotiveerd waarom het van 'aangetroffen tekenen van bewoning' sprak, terwijl het rapport van het opsporingsonderzoek juist vermeldt dat geen tekenen van bewoning zijn aangetroffen en de woning uitsluitend was ingericht voor hennepteelt. Dit vormt een motiveringsgebrek dat niet kan worden genegeerd.
Daarnaast klaagt de verdachte dat het hof niet heeft vermeld op welke bewijsmiddelen de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd, met name over het aantal oogsten. Hoewel het hof uitging van één oogst, ontbreekt een expliciete verwijzing naar bewijsmiddelen die dit onderbouwen. De Hoge Raad oordeelt dat dit verzuim echter niet tot cassatie hoeft te leiden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en zal een passende beslissing nemen op basis van art. 440 Sv Pro. De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt het belang van een duidelijke en volledige motivering bij ontnemingsmaatregelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek omtrent de aftrek van huisvestingskosten bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.