ECLI:NL:HR:2006:AU8125
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest ontnemingsvordering wegens ontbreken bewijsmiddelen voor schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een ontnemingsvordering ex artikel 36e Sr, waarbij het hof Arnhem veroordeelde tot betaling van €4.000 aan de Staat, gebaseerd op een vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel na een moord.
De raadsman van de betrokkene voerde aan dat het causaal verband ontbrak omdat het geld was ontvangen om te zwijgen. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat voldoende causaal verband bestond tussen het voordeel en het bewezenverklaarde feit.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof niet voldeed aan de vereiste dat de uitspraak de inhoud van de bewijsmiddelen moet bevatten waarop de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd. De verwijzing naar het arrest in de hoofdzaak voldeed niet, omdat dit arrest geen wettig bewijsmiddel bevatte waaruit de omvang van het voordeel blijkt.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens ontbreken van bewijsmiddelen voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.