ECLI:NL:PHR:2010:BN8387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering over recht op advocaat voorafgaand aan eerste verhoor
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf. Het hof verwierp het Salduz-verweer dat de verklaringen van verdachte vanwege schending van het recht op rechtsbijstand niet als bewijs mochten dienen. Het hof oordeelde dat art. 6 EVRM Pro niet was geschonden omdat verdachte niet om een advocaat had gevraagd en de piketregeling een effectieve bijstand garandeerde.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie, waaronder het Salduz-arrest van het EHRM, en benadrukt dat verdachte vóór het eerste verhoor gewezen moet worden op zijn recht op raadpleging van een advocaat en de gelegenheid moet krijgen daarvan gebruik te maken, tenzij ondubbelzinnig afstand is gedaan. Het hof heeft nagelaten te onderzoeken of dit is gebeurd en heeft daardoor onvoldoende gemotiveerd waarom het Salduz-verweer werd verworpen.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de politierechter terecht het verweer tot bewijsuitsluiting van de resultaten van de woningdoorzoeking heeft verworpen, omdat er een redelijk vermoeden van schuld bestond op grond van meldingen en waarnemingen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over het wijzen op het recht op advocaat voorafgaand aan het eerste verhoor en de zaak wordt terugverwezen.