ECLI:NL:PHR:2010:BN8530
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid vervroegde onteigening en afwijzing van bezwaren tegen schadeloosstelling
De Gemeente Heerlen heeft vervroegde onteigening gevorderd van meerdere percelen ten behoeve van de aanleg van de weg Binnenring-Noord Parkstad-Limburg. De percelen waren eigendom van eisers, met een zoon als huurder die een camping exploiteerde. De Rechtbank Maastricht heeft de vervroegde onteigening uitgesproken en een voorschot op schadeloosstelling vastgesteld.
Eisers stelden in cassatie dat de Rechtbank onterecht bezwaren tegen de onteigening buiten beschouwing liet, dat de zoon als huurder recht heeft op volledige schadeloosstelling en dat bepaalde producties ten behoeve van het pleidooi ten onrechte niet werden toegelaten. De Hoge Raad oordeelde dat de Rechtbank terecht de noodzaak van de onteigening niet verder toetste omdat deze reeds door de Kroon was vastgesteld en dat de bezwaren te laat waren aangevoerd.
Ook werd geoordeeld dat de zoon niet valt onder de categorie personen die volgens de Onteigeningswet recht hebben op onderhandelingen voorafgaand aan onteigening, maar dat zijn belangen via de eigenaren zijn behartigd. Ten aanzien van de producties oordeelde de Hoge Raad dat de Rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor juist had toegepast door de late indiening van stukken niet toe te laten.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond, waarmee de Rechtbank Maastricht in stand bleef met haar uitspraak tot vervroegde onteigening en schadeloosstelling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het vonnis van de Rechtbank Maastricht tot vervroegde onteigening.