ECLI:NL:HR:2010:BL0006

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01632
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • O. de Savornin Lohman
  • E.J. Numann
  • A. Hammerstein
  • W.D.H. Asser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 lid 1 RvOnteigeningswet
Verwijzingen
3 uitgaand · 10 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep op schorsing in onteigeningsprocedure door Hoge Raad

In deze zaak hebben eiser en medeeisers beroep in cassatie ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Maastricht waarin vervroegde onteigening van meerdere percelen werd uitgesproken. Tijdens de procedure hebben eiser c.s. een beroep gedaan op schorsing van het geding op grond van artikel 225 lid Pro 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De gemeente heeft dit schorsingsverzoek bestreden en aangevoerd dat in een onteigeningsprocedure geen plaats is voor schorsing, of dat de schorsingstermijn minimaal moet zijn met behoud van de reeds vastgestelde datum voor schriftelijke toelichting. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep op schorsing en tot voortzetting van de procedure.

De Hoge Raad heeft het beroep op schorsing verworpen en vastgesteld dat het geding niet is geschorst. Vervolgens bepaalde de Hoge Raad dat de zaak op 12 maart 2010 zal worden voortgezet met schriftelijke toelichting in de hoofdzaak. De beschikking is gegeven door de vice-president en vier raadsheren en uitgesproken door een raadsheer tijdens de terechtzitting.

Uitkomst: Het beroep op schorsing van de onteigeningsprocedure is verworpen en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

12 februari 2010
Eerste Kamer
09/01632
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Rolbeschikking
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
3. [Eiser 3],
allen wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
GEMEENTE HEERLEN,
zetelende te Heerlen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.
1. Het geding in cassatie
[Eiser] c.s. hebben bij exploot van 8 april 2009 aan de Gemeente aangezegd dat zij beroep in cassatie instellen tegen het tussen partijen uitgesproken vonnis van de rechtbank Maastricht van 25 maart 2009 waarbij de vervroegde onteigening van een aantal, in het vonnis nader omschreven, percelen is uitgesproken.
Het vonnis van de rechtbank en de cassatiedagvaarding zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Ter rolle hebben [eiser] c.s., onder overlegging van een exploot van 28 oktober 2009, op de voet van art. 225 lid Pro 1, aanhef en onder c, Rv. schorsing van het geding ingeroepen.
De Gemeente heeft de gestelde schorsing bestreden en geconcludeerd dat voor een schorsingsverzoek in een onteigeningsprocedure geen plaats is, althans dat de schorsingstermijn tot het minimum moet worden beperkt met handhaving van de reeds bepaalde datum voor schriftelijke toelichting.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep op schorsing van [eiser] c.s. en verwijzing van de zaak naar de rol voor voortprocederen.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 29 januari 2010 op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de gestelde schorsing
Op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal is van schorsing geen sprake.
3. Beslissing
De Hoge Raad verstaat dat het geding niet is geschorst;
bepaalt dat de zaak weer zal worden uitgeroepen ter rolle van 12 maart 2010 voor schriftelijke toelichting in de hoofdzaak.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann ter terechtzitting van 12 februari 2010.