ECLI:NL:PHR:2010:BN9281
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beslissing tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
Betrokkene was door de politierechter veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Bij een beslissing van 4 juli 2008 werd de tenuitvoerlegging van deze straf gelast. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen deze beslissing. Betrokkene stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde in zijn conclusie dat ingevolge artikel 14j, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf, voor zover deze beslissing geen deel uitmaakt van een uitspraak over andere strafbare feiten. Dit betekent dat het hof terecht betrokkene niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep en dat ook het cassatieberoep niet ontvankelijk kan worden verklaard.
De conclusie benadrukt dat deze regeling van openbare orde is en dat argumenten van de verdediging om het gesloten stelsel van rechtsmiddelen te doorbreken niet tot ontvankelijkheid kunnen leiden. De Hoge Raad zal daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaren.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf.