ECLI:NL:PHR:2010:BO2786
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening berekening wederrechtelijk verkregen voordeel bij profijtontneming met rente en proceskosten
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin de veroordeelde werd veroordeeld tot betaling van een bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had bij de berekening van dit bedrag de aan de benadeelde partij toegekende schadevergoeding in mindering gebracht, maar verzuimd de wettelijke rente en proceskosten mee te verrekenen.
De verdediging had betoogd dat ook de wettelijke rente en proceskosten in mindering moesten worden gebracht. De Hoge Raad bevestigt dat artikel 36e, zesde lid Sr vereist dat deze kosten bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden betrokken. Omdat het hof dit niet had gedaan, wordt het arrest vernietigd.
De Hoge Raad wijst erop dat het berekenen van de wettelijke rente een feitelijke aangelegenheid is die niet tot de taak van de cassatierechter behoort. Daarom wordt de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berekening en beslissing. Een tweede middel over het ontbreken van responsie behoeft geen bespreking gezien het oordeel over het eerste middel.
Uitkomst: Arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel inclusief wettelijke rente en proceskosten.