ECLI:NL:HR:2008:BF8845
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste berekening wederrechtelijk verkregen voordeel met proceskosten
In deze cassatieprocedure heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 7 december 2006 vernietigd vanwege een fout bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had nagelaten de proceskosten van de benadeelde partij, toegekend door de rechtbank, in mindering te brengen op het voordeel. De Hoge Raad corrigeert dit door het bedrag te verminderen tot €40.265.
De zaak betreft een strafzaak waarin de betrokkene en medeveroordeelden werden veroordeeld voor diefstal met geweld. Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op basis van bankafschriften en verklaringen, waarbij het voordeel werd verdeeld over de veroordeelden. De benadeelde partij had een schadevergoeding toegewezen gekregen, inclusief proceskosten, maar het hof hield bij de vaststelling van het voordeel geen rekening met deze proceskosten.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof hiermee in strijd handelde met artikel 36e, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad herstelt dit verzuim door de proceskosten alsnog in mindering te brengen op het voordeel. Het beroep wordt voor het overige verworpen, waarmee het arrest gedeeltelijk wordt vernietigd en het betalingsbedrag wordt vastgesteld op €40.265.
Uitkomst: Het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €40.265,00 na correctie van de proceskosten.