ECLI:NL:HR:2001:AB1518
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over hoogte ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel en duur vervangende hechtenis
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en een vervangende hechtenis bij gebreke van betaling. Het hof had een bedrag van vijfendertigduizend gulden opgelegd en een vervangende hechtenis van 150 dagen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de proceskosten die aan een benadeelde derde waren toegekend niet in mindering heeft gebracht op het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Volgens de Hoge Raad had het hof deze proceskosten wel moeten verrekenen, ook al was de civiele toekenning mogelijk nog niet onherroepelijk.
De Hoge Raad vernietigt daarom het hofarrest voor zover het de hoogte van het bedrag en de duur van de vervangende hechtenis betreft. De Hoge Raad stelt het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op f. 31.052,32, de betalingsverplichting op f. 29.500,= en de duur van de vervangende hechtenis op 140 dagen. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt het bedrag van ontneming vast op f. 31.052,32 en de vervangende hechtenis op 140 dagen.