ECLI:NL:PHR:2010:BO3542
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over naheffing herzienings-omzetbelasting bij levering onroerende zaak en toepassing artikel 12a Wet OB
Belanghebbende verkreeg een onverdeeld aandeel in een onroerende zaak onder toepassing van de optie voor belaste levering. Na korte verhuur vrijgesteld van omzetbelasting geleverd aan een derde, waardoor achteraf de levering niet aan de voorwaarden voor belaste levering voldeed. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op op grond van artikel 12a Wet OB, inclusief herzienings-btw die de leverancier niet had gecorrigeerd.
De Rechtbank verklaarde de naheffing terecht, het Hof oordeelde dat artikel 12a geen grondslag bood voor naheffing van herzienings-btw bij de koper. De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel. De conclusie van de Advocaat-Generaal betoogt dat artikel 12a wel ruimte biedt voor naheffing van herzienings-btw bij de koper, mede gelet op de wetsgeschiedenis en parlementaire toelichting.
Daarnaast is onderzocht of deze regeling in strijd is met de Zesde richtlijn. De conclusie stelt dat artikel 21 van Pro de Zesde richtlijn alleen de aanwijzing van de belastingschuldige regelt voor belasting ter zake van belastbare feiten, niet voor herzienings-btw. Artikel 20 van Pro de richtlijn laat de lidstaten vrij de herziening van aftrek nader vorm te geven, inclusief de aanwijzing van de belastingschuldige.
De conclusie adviseert de Hoge Raad het cassatieberoep van de Staatssecretaris gegrond te verklaren en het oordeel van het Hof te vernietigen. Dit betekent dat naheffing van herzienings-btw bij de koper van de onroerende zaak mogelijk is onder artikel 12a Wet OB en dat dit niet strijdig is met EU-recht.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris gegrond en oordeelt dat artikel 12a Wet OB naheffing van herzienings-btw bij de koper mogelijk maakt.