ECLI:NL:PHR:2010:BO4021
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens strijd met art. 14a Sr en wijst zaak terug
Verdachte is door het hof veroordeeld voor seksueel misbruik van zijn minderjarige kleindochter over een periode van circa drie jaar, met een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Het hof motiveerde de straf onder meer met de aard en ernst van de feiten, de leeftijd van het slachtoffer, en de persoon van verdachte, die zwakbegaafd is en alcoholmisbruik vertoont. De verdediging voerde aan dat een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf de voortzetting van de noodzakelijke behandeling van verdachte zou belemmeren.
De Hoge Raad overweegt dat het hof de strafoplegging voldoende heeft gemotiveerd en dat het belang van behandeling niet zodanig is dat geheel moet worden afgezien van een passende vrijheidsstraf. Echter constateert de Hoge Raad dat de opgelegde straf in strijd is met het toepasselijke art. 14a Sr zoals dat gold tot 1 februari 2006, omdat de bewezenverklaarde feiten deels voor die datum zijn gepleegd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de strafoplegging ambtshalve en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde strafoplegging binnen het juiste wettelijke kader, met verwerping van het beroep voor het overige. De overige middelen van cassatie falen. Dit arrest bevestigt het belang van correcte toepassing van overgangsrecht bij strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde strafoplegging binnen het juiste wettelijke kader.