ECLI:NL:PHR:2011:BN3539
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling NAVO-inkomen bij bepaling drempel aftrek buitengewone uitgaven
Belanghebbende, werkzaam bij A, betwistte dat het vrijgestelde salaris van haar echtgenoot, werkzaam bij NAPMA en vrijgesteld op grond van het Verdrag van Ottawa, meegeteld mocht worden bij de berekening van de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven.
De Rechtbank Breda oordeelde dat het NAVO-salaris niet meetelt, maar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch vernietigde dit oordeel en stelde dat het inkomen van de echtgenoot wel in aanmerking moet worden genomen, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad inzake EU-ambtenaren (BNB 2003/29).
In cassatie bevestigt de Hoge Raad dat het Hof terecht het inkomen van de echtgenoot heeft betrokken bij de drempelbepaling. De vrijstelling van het NAVO-inkomen is geen absolute vrijstelling die het inkomen volledig buiten beschouwing laat, maar een vrijstelling zonder progressievoorbehoud die niet uitsluit dat het inkomen wordt meegewogen bij fiscale voordelen.
De Hoge Raad overweegt dat het Verdrag van Ottawa en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen relevant zijn voor de uitleg van de vrijstelling. De fiscale gelijkheid en het belang van de internationale organisatie rechtvaardigen dat het vrijgestelde inkomen wordt betrokken bij de berekening van fiscale drempels en voordelen.
Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard, waarmee het oordeel van het Hof dat het NAVO-salaris van de echtgenoot meetelt bij de drempelbepaling, wordt bevestigd.
Uitkomst: Het vrijgestelde NAVO-inkomen van de echtgenoot wordt betrokken bij de berekening van de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven.