ECLI:NL:PHR:2011:BN9974
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantiekantoor voor onjuiste betalingsinstructie hypotheekadviseur
In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid van een assurantiekantoor ([eiser 1]) jegens een notaris ([verweerder]) vanwege een onjuiste betalingsinstructie door een hypotheekadviseur ([betrokkene 1]) die werkte bij een zusteronderneming van het assurantiekantoor. De adviseur gaf een betalingsinstructie om gelden van een hypothecaire lening niet op de afgesproken depotrekening, maar op zijn privérekening te storten, waardoor oplichting ontstond.
Het hof oordeelde dat het assurantiekantoor aansprakelijk is op grond van artikel 6:172 BW Pro, ook al beschikte de adviseur niet over een geldige volmacht, omdat de notaris redelijkerwijs mocht aannemen dat de adviseur vertegenwoordigingsbevoegd was. Dit vertrouwen was gewekt door het toedoen van het assurantiekantoor, dat onvoldoende toezicht hield en het gebruik van briefpapier en kantoorfaciliteiten toeliet.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de gedraging van de pseudo-vertegenwoordiger moet zijn verricht ter uitoefening van de hem als zodanig toekomende bevoegdheden, maar dat onder zeer bijzondere omstandigheden aansprakelijkheid ook kan ontstaan bij onbevoegde vertegenwoordiging wanneer de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid door toedoen van de vertegenwoordigde is gewekt. De billijkheid rechtvaardigt in dit geval het vervallen van de vergoedingsplicht van de notaris ondanks diens eigen schuld.
De uitspraak benadrukt de restrictieve uitleg van artikel 6:172 BW Pro en waarschuwt voor een ruime toepassing vanwege de mogelijke verstrekkende gevolgen, maar erkent dat in bijzondere gevallen een ruime uitleg gerechtvaardigd kan zijn. De zaak illustreert de complexiteit van kwalitatieve aansprakelijkheid en de noodzaak van zorgvuldigheid bij het toekennen van vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Uitkomst: Het assurantiekantoor wordt aansprakelijk gehouden voor de onrechtmatige daad van de hypotheekadviseur ondanks het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid.