ECLI:NL:PHR:2011:BO0389
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling regresvordering en verliesverrekening bij hoofdelijke aansprakelijkheid in belastingrecht
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van een holding, was hoofdelijk aansprakelijk voor een rekening-courantkrediet verstrekt aan een werkmaatschappij. Na faillissement van de werkmaatschappij werd belanghebbende door de bank aangesproken en betaalde een deel van de schuld. Hij nam dit bedrag als negatief resultaat uit overige werkzaamheden in zijn belastingaangifte op.
De Rechtbank wees het beroep van belanghebbende af, terwijl het Hof het beroep gegrond verklaarde en een groter verlies erkende. De staatssecretaris stelde cassatie in tegen het oordeel van het Hof, met name over de vraag welk deel van de regresvordering fiscaal als verlies kan worden genomen.
De Hoge Raad stelt dat de civielrechtelijke regels over regresvorderingen en hoofdelijke aansprakelijkheid leidend zijn. Na afwaardering van de regresvordering wegens insolvabiliteit van de werkmaatschappij kan alleen het eigen aandeel van belanghebbende in de schuld als verlies worden genomen. Het Hof heeft dit niet correct toegepast, waardoor het cassatieberoep gegrond wordt verklaard en de zaak door de Hoge Raad zelf wordt afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en bepaalt dat slechts het eigen aandeel van belanghebbende in de hoofdelijke schuld als verlies kan worden genomen.