ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2020
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Leijenhorst
- G.J. Ebbeling
- J.W. van der Voort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale aftrekbaarheid van regresvorderingen na faillissement en hoofdelijke aansprakelijkheid
Eiser, directeur en enig aandeelhouder van A BV, was mede-hoofdelijk aansprakelijk voor een rekening-courantkrediet verstrekt door de Rabobank aan X Luchttechniek BV en andere medeschuldenaren. Na het faillissement van X BV in 2001 werd het krediet in 2002 opgezegd en werd eiser gesommeerd het openstaande bedrag van ruim € 358.000 terug te betalen. Eiser betaalde in 2002 een deel van dit bedrag en claimde dit als verlies in zijn aangifte inkomstenbelasting.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser meer dan € 1.442 als negatief resultaat uit overige werkzaamheden mocht aftrekken. De rechtbank stelde vast dat eiser bij het sluiten van de kredietovereenkomst voorwaardelijke regresvorderingen op zijn medeschuldenaren verkreeg, die pas waarde kregen door de betalingen die hij aan de bank deed. Alleen de regresvorderingen op A BV en X BV behoren tot het werkzaamheidsvermogen van eiser en zijn relevant voor het fiscale resultaat.
De rechtbank concludeerde dat de waarde van de regresvorderingen door de betaling van € 7.212 in 2002 werd vastgesteld op € 5.770 (4/5 deel), wat neerkomt op € 1.442 per medeschuldenaar. De afwaardering van de vordering op X BV tot nihil werd geaccepteerd, maar niet die op A BV, omdat deze voldoende eigen vermogen had. Betalingen in 2007 werden buiten beschouwing gelaten voor het resultaat van 2002. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en slechts € 1.442 wordt als negatief resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking genomen.