ECLI:NL:PHR:2011:BO2627
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over begrip 'in de handel brengen' en toepassing Wet tarieven gezondheidszorg bij internetfarmacie
In deze zaak stond centraal de uitleg van het begrip 'in de handel brengen' zoals bedoeld in artikel 21, lid 2 van het Besluit registratie geneesmiddelen (Brg) en de toepassing van de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG) op vennootschappen die betrokken waren bij internetverkoop van geneesmiddelen.
De verdachte en een apotheker richtten twee vennootschappen op die gezamenlijk via internet ongeregistreerde farmaceutische specialités verkochten, waaronder geneesmiddelen die uitsluitend in het buitenland geregistreerd waren. Het hof had geoordeeld dat het begrip 'in de handel brengen' beperkt moest worden tot groothandelactiviteiten, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit begrip ruimer moet worden uitgelegd en ook detailhandel en aflevering aan particulieren omvat, ook als de levering via internet en postorder plaatsvindt.
Daarnaast werd geoordeeld dat vennootschappen die tarieven in rekening brachten voor farmaceutische hulp namens een apotheek als orgaan voor gezondheidszorg kunnen worden aangemerkt en daarmee gebonden zijn aan de maximumtarieven van het College tarieven gezondheidszorg. De Hoge Raad verwierp de middelen van cassatie en bevestigde de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte voor medeplegen van overtredingen van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening en de Wet tarieven gezondheidszorg. Wel werd een vermindering van de opgelegde geldboete geadviseerd wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De verdachte wordt veroordeeld voor medeplegen van overtredingen van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening en Wet tarieven gezondheidszorg, met vermindering van de geldboete wegens termijnoverschrijding.