ECLI:NL:PHR:2011:BO2628
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor witwassen van gelden afkomstig uit fiscale strafbare feiten
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden, waarvan 16 maanden voorwaardelijk, wegens het witwassen van een totaalbedrag van €2.850.926,23, waarvan hij wist dat het afkomstig was uit fiscale strafbare feiten. Verdachte verklaarde dat het geld afkomstig was uit de verkoop van familiegrond in Marokko, maar deze verklaring werd door het hof niet aannemelijk geacht vanwege tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en het ontbreken van bewijs voor de verkoop en opbrengst.
Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op verklaringen van de vader van verdachte, die verklaarde dat de grond weinig waarde had en nooit was verkocht, en op het feit dat verdachte aanzienlijke bedragen in kleine coupures contant stortte op Duitse bankrekeningen. Verdachte beschikte alleen over een WAO-uitkering en het salaris van zijn echtgenote, wat de hoge bedragen niet verklaarde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat het geld uit enig misdrijf afkomstig was en dat het niet nodig is dat het misdrijf nauwkeurig wordt aangeduid. De klachten van verdachte over onvoldoende motivering en het niet horen van een neef als getuige werden verworpen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor witwassen van ruim €2,85 miljoen afkomstig uit fiscale strafbare feiten.