ECLI:NL:HR:2011:BO2628
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermogensbestanddelen afkomstig uit enig misdrijf en fiscale fraude
De zaak betreft een verdachte die tussen 2001 en 2005 aanzienlijke geldbedragen op Duitse bankrekeningen heeft gestort, waarvan werd vastgesteld dat deze afkomstig waren uit fiscale strafbare feiten en mogelijk andere misdrijven. Verdachte gaf tegenstrijdige verklaringen over de herkomst van het geld, waaronder een vermeende erfenis en opbrengsten uit de verkoop van familiegrond in Marokko.
Het hof concludeerde dat verdachte de legale herkomst van de gelden niet aannemelijk kon maken en dat het geld uit enig misdrijf afkomstig was. De verklaringen van de vader van verdachte en andere getuigen ondersteunden dit oordeel. De Hoge Raad bevestigde dat op grond van art. 420bis Sr het geld niet uit een specifiek misdrijf hoeft te stammen, maar uit enig misdrijf.
De Hoge Raad vernietigde de opgelegde gevangenisstraf deels vanwege overschrijding van de redelijke termijn en bepaalde de straf op 31 maanden, waarvan 16 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep van verdachte werd verder verworpen.
Uitkomst: Gevangenisstraf van 31 maanden, waarvan 16 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.