ECLI:NL:PHR:2011:BO5822
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verbindendverklaring WCAM-overeenkomst ondanks eerder beroep op vernietigbaarheid effectenlease-overeenkomst
Deze zaak betreft de vraag of beleggers en hun echtgenoten die gerechtigden zijn onder de WCAM-overeenkomst, gebonden zijn aan deze overeenkomst ondanks dat de echtgenoot van de belegger eerder buitengerechtelijk de nietigheid van de effectenlease-overeenkomst heeft ingeroepen op grond van art. 1:88 juncto Pro 1:89 BW.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de verbindendverklaring van de WCAM-overeenkomst door het Amsterdamse hof op 25 januari 2007 rechtsgevolgen heeft voor de beleggers die geen opt out-verklaring hebben afgelegd. De WCAM-overeenkomst heeft de kracht van een vaststellingsovereenkomst en brengt met zich mee dat eerdere buitengerechtelijke verklaringen tot vernietiging van de effectenlease-overeenkomst geen rechtsgevolgen meer hebben.
De Hoge Raad overweegt dat de beleggers zich slechts op vernietigbaarheid hadden kunnen beroepen indien zij tijdig een opt out-verklaring hadden afgelegd. Nu zij dit niet hebben gedaan, zijn zij gebonden aan de vaststelling en kunnen zij zich niet meer beroepen op de vernietigbaarheid van de effectenlease-overeenkomst. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de beleggers gebonden zijn aan de verbindend verklaarde WCAM-overeenkomst.