ECLI:NL:PHR:2011:BO6127
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing aanhoudingsverzoek in hoger beroep
In deze zaak is verdachte in hoger beroep veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen. Verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting, waarna het hof verstek verleende en het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak afwees. De raadsman van verdachte had aangevoerd dat verdachte zwakbegaafd is en mogelijk niet uit vrije wil afwezig was, en dat aanhouding noodzakelijk was om hem de gelegenheid te bieden zijn aanwezigheidsrecht te kunnen uitoefenen.
De Hoge Raad overweegt dat het aanwezigheidsrecht van verdachte niet absoluut is en kan worden prijsgegeven, maar dat het hof bij de afwijzing van het aanhoudingsverzoek een belangenafweging moet maken tussen het belang van de verdediging en het algemeen belang van een behoorlijke en voortvarende rechtspleging. Het hof heeft echter niet gemotiveerd waarom het de aangevoerde redenen van de raadsman onvoldoende aannemelijk achtte en waarom het belang van de strafrechtspleging voorrang kreeg.
Daarmee is het oordeel van het hof onbegrijpelijk en behoeft nadere motivering. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en afdoening, waarbij het hof de belangenafweging opnieuw moet maken en motiveren.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege onvoldoende motivering van de afwijzing van het aanhoudingsverzoek.