ECLI:NL:PHR:2011:BO6130
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt maatstaf voor afwijzing getuigenverzoek in hoger beroep
In deze zaak heeft de verdediging in hoger beroep verzocht om het horen van een getuige die verdachte in het ziekenhuis heeft onderzocht. Dit verzoek werd door het hof afgewezen met de motivering dat de verklaring van de getuige voldoende duidelijk was en er geen noodzaak was om de zaak aan te houden voor nader getuigenverhoor.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof de verkeerde maatstaf had toegepast omdat de getuige tijdig was opgegeven in een appelschriftuur, die echter niet in het dossier aanwezig was. De Hoge Raad stelt vast dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de appelschriftuur daadwerkelijk tijdig ter griffie is ontvangen en dat het ontbreken van ontvangstbevestiging betekent dat het verzoek niet als tijdig ingediend kan worden beschouwd.
De Hoge Raad benadrukt dat indien een appelschriftuur ontbreekt, het hof het verzoek tot het horen van getuigen moet beoordelen aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. Het hof heeft dit criterium correct toegepast en het middel faalt. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot het horen van de getuige blijft afgewezen.