ECLI:NL:PHR:2011:BO6693
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en opsporingsbevoegdheid van verkeersassistenten als buitengewoon opsporingsambtenaar
In deze zaak gaat het om de opsporingsbevoegdheid van verkeersassistenten van het regiopolitiekorps Noord-Holland Noord die een snelheidsovertreding constateerden en vastlegden. Het hof had geoordeeld dat de verkeersassistenten bevoegd waren omdat zij waren aangesteld en de ambtsbelofte hadden afgelegd, maar liet zich niet uit over het bestaan van een akte van beëdiging. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bekritiseerd vanwege een motiveringsgebrek en onjuiste rechtsopvatting.
De Hoge Raad stelde het wettelijke kader vast, waaronder het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar (BBO) en het Besluit van de Minister van Justitie van 9 april 2003, waarin is geregeld dat verkeersassistenten als buitengewoon opsporingsambtenaren zijn aangewezen. De opsporingsbevoegdheid vereist niet alleen aanstelling en ambtsbelofte, maar ook het beschikken over een geldige titel van opsporingsbevoegdheid, bekwaamheid, betrouwbaarheid en een akte van beëdiging.
De Hoge Raad benadrukte dat zonder een geldige akte van beëdiging geen opsporingsbevoegdheid bestaat. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het ontbreken van een akte van beëdiging niet tot bewijsuitsluiting zou leiden. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor nieuwe beoordeling.
Daarnaast werd het verweer dat de raadsman niet het laatste woord had gevoerd verworpen, omdat uit het proces-verbaal bleek dat de raadsman geen gebruik wilde maken van die bevoegdheid. De bewezenverklaring betrof een snelheidsovertreding waarbij de snelheid werd vastgesteld met een geijkte laser-snelheidsmeter. De Hoge Raad bevestigde dat snelheidsovertredingen binnen de opsporingsbevoegdheid van verkeersassistenten vallen.
De zaak verduidelijkt het belang van een geldige akte van beëdiging voor de opsporingsbevoegdheid van buitengewoon opsporingsambtenaren en bevestigt de reikwijdte van de bevoegdheid van verkeersassistenten binnen het regionale politiekorps.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de opsporingsbevoegdheid van verkeersassistenten en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.