ECLI:NL:HR:2005:AT6033
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en beoordeling procesverloop in cassatie
De verdachte werd in hoger beroep door het hof veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor meerdere feiten waaronder valsheid in geschrift en oplichting. In cassatie werd onder meer geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase en het procesverloop.
De Hoge Raad constateerde dat het cassatieberoep op 26 januari 2004 was ingesteld en pas op 17 november 2004 ter griffie was ontvangen, waardoor de redelijke termijn was overschreden. Dit leidde tot strafvermindering. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof de raadsman niet het laatst het woord had onthouden, aangezien de advocaat-generaal slechts een feitelijke vraag beantwoordde en de raadsman geen gebruik maakte van een laatste woord.
Verder werd geoordeeld dat het faxbericht dat na sluiting van het onderzoek aan het dossier was toegevoegd, geen nieuwe informatie bevatte waarop de verdediging niet had kunnen reageren. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verminderde de gevangenisstraf tot 22 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot 22 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.