ECLI:NL:PHR:2011:BO9870
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing art. 138 Sr op besloten erf van detentiecentrum en verwerpt bezwaren tegen vreemdelingenbeleid
In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage verdachte veroordeeld voor medeplegen van vernieling en het wederrechtelijk binnendringen op een besloten erf van een detentiecentrum. De verdediging stelde onder meer dat art. 138 Sr Pro niet van toepassing zou zijn op het terrein van een detentiecentrum omdat dit een erf bestemd voor de openbare dienst betreft. De Hoge Raad oordeelt dat art. 138 Sr Pro wel van toepassing is op besloten erven, ook als deze bestemd zijn voor de openbare dienst, en dat de motivering van het hof omtrent dit punt juist was.
Daarnaast klaagde de verdediging over vermeende partijdigheid van de politierechter en het hof, omdat zij het Nederlandse vreemdelingenbeleid als misdadig en onrechtmatig bestempelden. De Hoge Raad stelt dat dit beleid geacht moet worden rechtmatig te zijn zolang het niet anders is bewezen en dat de rechter niet gehouden is om op alle politieke kritiek nader te reageren. De klachten over partijdigheid en schending van het eerlijk proces worden verworpen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht het verzoek om een descente heeft afgewezen en dat het hof een eigen waardering van het bewijsmateriaal mag maken. Alle cassatiemiddelen falen, en het beroep wordt verworpen. Er is geen reden voor ambtshalve vernietiging van het bestreden vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen en wederrechtelijk binnendringen op een besloten erf.