ECLI:NL:PHR:2011:BO9971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over begin van uitvoering invoer heroïne wegens onvoldoende bewijs
De zaak betreft een verdachte die ervan werd verdacht ongeveer 59 kilogram heroïne binnen Nederland te willen brengen. Het hof had geoordeeld dat verdachte een begin van uitvoering had gemaakt door geld, navigatiemateriaal en een GSM met SIM-kaart te ontvangen en naar Roemenië en/of Hongarije te reizen om de heroïne in ontvangst te nemen. De invoer was echter mislukt omdat verdachte de vrachtauto met heroïne niet kon vinden.
De verdediging stelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was voor een begin van uitvoering, omdat verdachte de persoon die de heroïne zou overdragen nooit had ontmoet en er geen overdracht had plaatsgevonden. De Hoge Raad overwoog dat het begrip 'binnen het grondgebied van Nederland brengen' ruim is, maar dat de bewezenverklaring onvoldoende is gemotiveerd om te concluderen dat er een begin van uitvoering was.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin gesteld werd dat gedragingen pas als begin van uitvoering gelden als ze naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht zijn op voltooiing van het misdrijf. In deze zaak is dat niet het geval, omdat verdachte niet verder kwam dan voorbereidingshandelingen en niet daadwerkelijk de heroïne heeft bemachtigd of vervoerd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de bewezenverklaring en straf betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op basis van het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs voor een begin van uitvoering van invoer van heroïne en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.